Op 8 maart 2026 ga ik de straat op om te strijden voor vrouwenrechten en tegen de ongelijkheden die nog steeds ons leven bepalen, en op 12 maart om onze sociale rechten te verdedigen.
Als vakbondsvrouw zijn feministische en sociale strijd onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Want achter de grote woorden staan onze lonen, onze werktijden, onze pensioenen, onze gezondheid en onze onafhankelijkheid op het spel.
Gelijkheid kan niet worden afgekondigd; ze moet worden opgebouwd door middel van concrete rechten.
In 2026 wil ik in een samenleving leven waar:
- Er echte banen zijn voor iedereen;
- Ik voltijds kan werken en geen onzekere bijkomende uren hoef te presteren of moet concurreren met flexi-jobs;
- Mijn uurroosters stabiel zijn en te combineren met een gezinsleven;
- Zondag- en nachtarbeid niet verplicht zijn;
- Ziek zijn niet verdacht is;
- Tegenslagen worden meegeteld voor het pensioen;
- Niemand wordt uitgesloten van werkloosheid.
- Kinderopvang toegankelijk en van goede kwaliteit blijft.
- De mensen die voor onze kinderen zorgen, goede arbeidsvoorwaarden hebben en goed worden betaald;
- Je dankzij de landingsbanen kunt uitbollen zonder uitgeput en ziek te worden;
- De sociale zekerheid ons écht beschermt gedurende ons hele leven.
- Overheidssteun banen creëert in plaats van voor nog grotere winsten te zorgen.
Omdat deze samenleving mogelijk is. Omdat ze betaalbaar is.
Omdat ze afhangt van politieke keuzes.
Daarom ga ik in maart 2026 de straat op. En ik zal niet de enige zijn.
Samen sterk!
